Skip to main content

Ramtorenschip “Huáscar”(1866)

Door Ed Wijbrands
De “Huáscar” is een gepantserd ramtorenschip, in 1866 in Engeland gebouwd voor de marine van Peru. De Peruaanse marine betaalde iets meer dan £81,000 voor het schip. Zij was het vlaggenschip van de Peruaanse Marine en nam deel aan de slag om ’Pacocha’ en was actief de oorlog in de Pacific (1879–1883) voor de overgave en uiteindelijk toegevoegd aan de vloot van de Chileense Marine. Vandaag de dag is zij een van de weinige nog bestaande Ramtorenschepen uit deze periode (naast de Buffel en Schorpioen in Nederland). De “Huáscar” is gerestaureerd en nu in gebruik als museum schip. Het schip is vernoemd naar de 16e -eeuwse Inca koning Huáscar (1490 – 1533).

Gebouwd in 1864-1866 op de scheepswerf van Laird Brothers in Birkenhead, England, en te water gelaten op 7 oktober 1865, de Huáscar was een geavanceerd ramtorenschip speciaal ontworpen voor export naar Perú. Zij was een van de vele gebouwde pantserschepen van haar generatie om daadwerkelijk deel te nemen aan oorlogvoering op zee. Keer op keer bewees het schip zichzelf als een robuust en goed, tegen vijandelijk vuur beschermd oorlogsschip .

Technische details:

De bewapening van de Huáscar’s bestond o.a. uit een draaibare geschutstoren met twee Armstrong kanons. De geschutstoren was geplaatst in de midden van het schip tussen brug en voormast op een gepantserde (4,5 cm) positie in een gesloten “quarterdeck” die zich uitstrekte van de brug naar de boeg. De zwaar gepantserde toren was een ‘Coles-model’ en veel in gebruik op vergelijkbare Engelse oorlogsschepen, In de toren stonden twee Armstrong 10″ 300-pdr , speciaal voor de Engele marine ontworpen kanons. Deze opstelling was een succesvol ontwerp van ‘Captain Cowper Coles’, officier bij de Royal Navy.

Het schip was gebouwd met een scharnierende zijboordconstructie die neergeklapt kon worden om de kanons af te kunnen vuren, een standaard constructie in de zestiger jaren van de 19e eeuw. Het schootsveld werd behoorlijk gehinderd door de voormast en zijn verstagingen bij het afvuren over de boeg. Bij een latere aanpassingen van het schip zijn de voormast en zijn verstagingen dan ook verwijdert.

De “Huáscar” was uitgerust met een indrukwekkende ramsteven welke zichzelf al eens had bewezen in een aantal confrontaties met vijandelijke schepen. Direct achter de toren was een gepantserde zeshoekige brug aangebracht die in gebruik was als commando centrum gedurende de strijd. Deze kleine brug was de voorloper van de steeds beter uitgeruste commando bruggen op latere oorlogsschepen.

Benedendeks, in het ketelruim was het schip uitgerust met vier kolengestookte ketels, die stoom leverden voor een ‘Penn Trunk’ machine die een enkele schroef aandreef. Op haar topsnelheid van 12 knopen kon de Huáscar‘s zich meten met de ‘world class’ pantserschepen uit haar tijd.

Penn Trunk Engine

Salpeter Oorlog:

De Salpeteroorlog of de Pacific-oorlog of Oorlog van de Grote Oceaan was een oorlog tussen Chili enerzijds en Peru en Bolivia anderzijds die woedde van 1879 tot 1884.
Belangrijk voor Bolivia was het stuk land, de toenmalige provincie “Litoral”, dat grensde aan de Stille Oceaan. Na de oorlog verloren beide landen (Bolivia en Peru) het mineraalrijke gebied aan de Chilenen. Deze oorlog wordt de Salpeteroorlog genoemd omdat er ook gestreden werd om de rechten op het winnen van zout en koper in het kustgebied. De Chileense marine besliste uiteindelijk de strijd. De export van salpeter bleef tot in de Eerste Wereldoorlog Chili ‘s belangrijkste bron van inkomsten. niet geheel onbelangrijk Salpeter uit Chili stond bekend als het allerbeste (zuiverheid). Bovendien het hoofd bestanddeel van Buskruit.

Peru trachtte eerst nog te onderhandelen om het conflict te stoppen , Chili, bekend met het defensie pact tussen Peru en Bolivia verklaarde op 5 April 1879 de oorlog aan beide landen. Het doel van Chili was om de salpeter wingebieden van Peru en Bolivia onder controle te krijgen. Vanaf het begin van het conflict wisten alle betrokken partijen , dat controle op zee de sleutel was tot succes in de ontstane oorlog. Alleen die landen met een volledige controle over; met name de kustwateren waren verzekerd van een noodzakelijke aanvoer -,afvoer van troepen en voorraden naar strategische locaties aan de kust. Gedurende het eerste jaar van de oorlog was de Chileense strategie vooral gericht op het vernietigen van de Peruaanse marine vloot.

Het Peruaanse, ramtorenschip “Huáscar” voerde op zijn beurt verschillende aanvallen uit op Chileense marine schepen, havens en onderschepte diverse schepen die voorraden aanvoerde van uit Chileense havens. Deze aanvallen waren zo succesvol dat de “Huáscar” gedurende vijf maanden wist te voorkomen dat Chili voet aan wal kon zetten in Bolivia en Peru. Elke poging om troepen aan land te zetten mislukte omdat de “Huáscar” de gehele Chileense marine buitengaats onder controle wist te houden. Verschillende acties werden door de Chileense marine uitgevoerd om de “Huáscar” tot zinken te brengen, maar allen zonder succes.

De zeeslag bij Iquique was een treffen tussen een Chileens houten corvet (Esmeralda) onder commando van ‘Arturo Prat’ en het Peruaanse ramtorenschip (Huáscar) onder commando van ‘Miguel Grau Seminario’. Op 21 mei 1879 bracht de “Huáscar’’, na een vier uur durend gevecht de “Esmeralda” tot zinken, na dit schip herhaalde malen geramd te hebben waarmee de zeeslag in het voordeel van Peru en Bolivia was beslecht. Na het zinken van de “Esmeralda” werden de overlevenden uit zee gered waaronder Arturo Prat, commandant van het corvet “Esmeralda”, hij overleed echter kort daarop aan dek van de “Huáscar”. Hierna werd de achtervolging ingezet van het vluchtende Chileense marine schip “Covadonga”.

Gedurende de volgende 137 dagen bleef de “Huáscar” onder commando van admiraal Miguel Grau Seminario, niet alleen om een confrontatie met de machtige vijandelijke vloot te voorkomen maar ook de kust onveilig te maken voor Chileense transport schepen. In deze rol was haar grootste wapenfeit het opbrengen van het Chileense vrachtschip “Rimac”met aan boord 260 manschappen van cavalerie regiment “Carabineers of Yungay”.

De “Huascar” was de “sailing wall” van Peru. Vastbesloten om de logistieke aanvoerlijnen te verstoren die nodig waren voor de invasie van Perú. De Chilenen grepen elke mogelijkheid aan om de Huáscar uit te schakelen. Bijna zes maanden na de zeeslag om Iquique, zette de Chileense marine een val op om de “Huascar” voorgoed uit te schakelen.

Zes Chileense schepen waaronder de “Blanco Encalada” en de “Cochrane” (zgn “casemate battleships”) hadden de opdracht gekregen om het Peruaanse ramtorenschip tot zinken te brengen of liever nog te veroveren. Een hinderlaag werd gelegd, zorgvuldig gepland door de vloot in twee eskaders te splitsen. Een dicht bij de Boliviaanse kust en de ander op afstand wachtend op instructies. Op 8 oktober 1879, hield het eerste deel van de vloot zich op in de buurt ‘Punta Angamos’ (Bolivia). De “Huáscar”en het corvet “Unión” kreeg de vijandelijke vloot, aangevoerd door de “Cochrane” in de peiling. Na de “Unión” orders gegeven te hebben om uit te wijken naar een veilige haven in de buurt, maakte Admiraal Grau zijn schip gereed voor het op handen zijnde gevecht.

The “Huascar” opende als eerste het vuur op de “Cochrane”. Deze beantwoorde het vuur niet maar trachtte dichter bij te komen tot zij op schootsafstand van 2.200 meter was genaderd, waarop haar kanons konden vuren. 15 minuten later kon de “Cochrane” haar geschut laten vuren op de gepantserde “Huascar”. Een van de Chileense granaten doorboorde de geschutstoren van de “Huascar” en verwonde twaalf bemanningsleden die de 300-pond kanons bediende. Een ander schot beschadigde de beplating net boven de waterlijn en bovendien de bakboords ketting waarmee het roer werd bedient. Hierdoor werd het schip slecht bestuurbaar met een sterke ‘drift’ naar stuurboord. Bovendien werd zij gehinderd door een grote beschadiging in de huid ontstaan bij het rammen van de “Esmeralda” tijdens de slag bij Iquique, vijf maanden eerder. Nauwelijks tien minuten later, was een noodroer geïnstalleerd door de bemanning van de “Huascar”.

De “Huascar” was de “sailing wall” van Peru. Vastbesloten om de logistieke aanvoerlijnen te verstoren die nodig waren voor de invasie van Perú. De Chilenen grepen elke mogelijkheid aan om de Huáscar uit te schakelen. Bijna zes maanden na de zeeslag om Iquique, zette de Chileense marine een val op om de “Huascar” voorgoed uit te schakelen.

Zes Chileense schepen waaronder de “Blanco Encalada” en de “Cochrane” (zgn “casemate battleships”) hadden de opdracht gekregen om het Peruaanse ramtorenschip tot zinken te brengen of liever nog te veroveren. Een hinderlaag werd gelegd, zorgvuldig gepland door de vloot in twee eskaders te splitsen. Een dicht bij de Boliviaanse kust en de ander op afstand wachtend op instructies. Op 8 oktober 1879, hield het eerste deel van de vloot zich op in de buurt ‘Punta Angamos’ (Bolivia). De “Huáscar”en het corvet “Unión” kreeg de vijandelijke vloot, aangevoerd door de “Cochrane” in de peiling. Na de “Unión” orders gegeven te hebben om uit te wijken naar een veilige haven in de buurt, maakte Admiraal Grau zijn schip gereed voor het op handen zijnde gevecht.

The “Huascar” opende als eerste het vuur op de “Cochrane”. Deze beantwoorde het vuur niet maar trachtte dichter bij te komen tot zij op schootsafstand van 2.200 meter was genaderd, waarop haar kanons konden vuren. 15 minuten later kon de “Cochrane” haar geschut laten vuren op de gepantserde “Huascar”. Een van de Chileense granaten doorboorde de geschutstoren van de “Huascar” en verwonde twaalf bemanningsleden die de 300-pond kanons bediende. Een ander schot beschadigde de beplating net boven de waterlijn en bovendien de bakboords ketting waarmee het roer werd bedient. Hierdoor werd het schip slecht bestuurbaar met een sterke ‘drift’ naar stuurboord. Bovendien werd zij gehinderd door een grote beschadiging in de huid ontstaan bij het rammen van de “Esmeralda” tijdens de slag bij Iquique, vijf maanden eerder. Nauwelijks tien minuten later, was een noodroer geïnstalleerd door de bemanning van de “Huascar”.

Huascar onder de kust voor anker

Met de “Blanco Encalada”en de “Covadonga” dicht bij kon de aanval verder worden opgevoerd, een schot van de “Blanco Encalada” doorboorde de geschutstoren van de “Huascar” en doodde bijna alle geschutsbemanning en beschadigde bovendien het stuurboord kanon. Een ander schot van de “Cochrane”, vloog door de officiers verblijven en beschadigde tevens de noodroer opstelling die al twee keer gerepareerd was. De ”Huascar” kon nu nog alleen varen in een grote cirkel over stuurboord. Nadat het roer enigszins was gerepareerd, probeerde Commandant Aguirre van de “Huascar” alsnog de “Cochrane” te rammen. De “Cochrane” probeerde zodanig in positie te komen dat zij op haar beurt de “Huascar” ook kon rammen, maar het Peruviaanse ramtorenschip wederom geplaagd door roeruitval, kon enigszins uitwijken naar bakboord waardoor het in een betere rampositie kwam. De “Cochrane” kon net op tijd uitwijken met behulp van de extra stuwkracht van haar dubbele schroeven en beide schepen passeerden elkaar rakelings. Een volgende granaat doorboorde 12 minuten later weer de geschutstoren van de “Huascar” en doodde de resterende geschutsbemanning inclusief commandant Aguirre. Commando van het schip werd overgenomen door Lt. Pedro Gárezon, die in overleg met de resterende officieren besloot het schip tot zinken te brengen in plaats van te laten enteren door de vijand. De order werd gegeven om alle gewonden te evacueren uit de machinekamer en om de afsluiter van de hoofd condensator te openen om zo te voorkomen dat het schip zou worden opgebracht als oorlogsbuit.

De Chileense oorlogsschepen zagen dat de “Huascar” vaart minderde en de bemanning van plan was het schip te verlaten. Bijna twee uur nadat het gevecht was los gebarsten konden 14 a 20 Chileense zeelui aan boord van de “Huascar” klimmen zonder enige weerstand te ondervinden omdat de kanons buiten werking waren en de wapenkamer volledig vernietigd door een Chileense granaat inslag.
De overgebleven Peruaanse bemanning had geen kracht en middelen meer om de aanval van de Chilenen te weerstaan. Zij gaven zich over en sloten de afsluiter van de hoofd condensator (er stond reeds 1,2 meter water in de machine kamer) De verschillende branden aan boord werden geblust en de “Huascar” werd als oorlogsbuit opgebracht door de Chileense marine.

Naval Battle of Angamos (Painting by Thomas Somerscales, an English artist in Chile’s service).

“Battle of Angamos Day”. Nationale feestdag in Peru. Herdenking van de zeeslag bij Angamos 8 oktober 1879.
Bij deze slag werd de Peruviaanse marine overmeesterd door de Chileense marine waardoor de kust van Peru niet langer werd beschermd en de invasie van Peru en Bolivia over zee mogelijk was. De invasie was het naderend einde van de Salpeteroorlog. Chili viel via de kuststrook Peru binnen en bezette de woestijn, waar veel kostbaar zout te vinden was. Peru verloor deze oorlog en moest twee provincies aan Chili afstaan.
De slag om Angamos was een typische marine aangelegenheid tijdens de “War of the Pacific” uitgevochten tussen de marine’s van Chile en Perú bij Punta Angamos, op 8 oktober 1879. De zeeslag was het hoogtepunt van marine activiteiten gedurende vijf maanden waarbij de Chileeense marine de opdracht en missie had om de Peruaanse marine totaal te vernietigen. In de strijd werden de twee zwaar bewapende fregatten aangevoerd door Commodore Galvarino Riveros en marine Captain Juan José Latorre, behoorlijk gehavend maar wisten uiteindelijk toch het ramtorenschip “Huáscar”, onder ‘Rear Admiral’ Miguel Grau Seminario te overmeesteren
.

De Huáscar na Angamos:

De in beslagname van de Huáscar was meteen het einde van de Salpeter oorlog. De “Huáscar” werd na reparatie toegevoegd aan de Chileense marine. Bij Arica vocht zij nog een duel op zee uit met de Peruaanse monitor “Manco Cápac” (voormalige USS Oneota) tijdens het bombardement op de stad waarbij haar commandant Manuel Thomson sneuvelde. Het schip was ook nog betrokken bij de blokkade van Callao zonder schade maar ook zonder enige invloed van betekenis.

Het gepantserde ramtorenschip “Huascar” is tegenwoordig weer geschilderd in de kleuren die tijdens de tijden van ‘Queen Victoria of England’ gebruikelijk waren. Het schip is gerestaureerd naar de situatie aan boord toen het schip uit dienst werd genomen bij de Chileense marine in 1897. Haar bestaande uitstraling is nogal afwijkend van de oorlogsschepen, gebouwd op Engelse scheepswerven in 1865 en de “Huascar” die in actie kwam tijdens de slag om Angamos. Bovendien is deze Chileeense “Huascar” zeker niet de authentieke “Huascar” die zij eens was. Zij is nu een drijvend museum in de havenstad Talcahuano (Chili).


Meer

Scheepswerf Napier and Sons

Robert Napier and Sons had een vooraanstaande positie onder de Clyde scheepsbouwer en scheepsontwerpers in de regio Glasgow. De scheepswerf, opgericht door Robert Napier in 1826, werd in 1841 verplaatst naar Govan om grotere en moderne schepen te kunnen bouwen. In 1853 werden zonen James en John mede directieleden binnen het bedrijf.

Straffen aan boord (19e en 20e eeuw)

Tot de “Algehele afschaffing der lijfstraffen” in 1879 was het handdaggen nog steeds in zwang. De lijfstraf was wel iets humaner dan de uitvoering in de 17e eeuw. Er kwam geen bloed meer aan te pas. De gestrafte werd rechtopstaand met de handen omhoog aan het want geboeid. De lendenen werden beschermd door een strakgespannen […]

“Maiden voyage” van Zr Ms Buffel

Op 3 juni 1864 werd bij Koninklijk besluit een commissie in het leven geroepen om de kustverdediging van Nederland te onderzoeken en aanbevelingen ter verbetering te doen. De toenmalige regering besloot om 3 Monitors en 4 Ramtorenschepen te laten bouwen. De ramtorenschepen konden (nog) niet op Nederlandse werven gebouwd worden en werden daarom besteld bij buitenlandse werven te weten “de Schorp…

Buffel bewapening

Net als de overgang van houten schepen naar ijzeren schepen en de voortstuwing van zeil naar stoom heeft ook het scheepsgeschut in korte tijd een enorme sprong gemaakt. De Buffel is gebouwd midden in de industriële revolutie. Om de Artillerie van het schip te begrijpen begin ik met een korte uitleg van het voortdrijvend medium, het Buskruit.

Geschiedenis van stoom tot ca 1900

De geschiedenis van de stoomontwikkeling gaat terug naar het tijdperk van vóór onze jaartelling. Archimedes was de eerste uitvinder. Reeds in de derde eeuw voor Christus bedacht deze Griekse ingenieur een praktische toepassing voor het feit dat water, bij het toevoeren van voldoende warmte energie, een faseovergang ondergaat. Het verdampt en gaat over in gasvorm. Hij paste dit toe in een zogena…

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Volg ons via