Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: De Buffel

Ramtorenschip 1868-1894

Gepantserd Ramtorenschip 2e klasse “Buffel
(van oorlogsschip tot museumschip)

Wat vooraf ging aan de bouw van de Buffel

Op 3 juni 1864 werd bij Koninklijk besluit een commissie in het leven geroepen om de kustverdediging van Nederland te onderzoeken. Op 22 oktober 1864 bracht deze commissie haar rapport uit:

De toenmalige regering besloot om 4 ramtoren schepen te laten bouwen. op buitenlandse werven  t.w. de “Schorpioen” in Toulon (Frankrijk), de “Buffel” in Govan upon Clyde/Glasgow (Schotland) en de Stier in Birkenhead  /Liverpool (Engeland). In 1867 werd in Amsterdam op ‘s lands Rijkswerf  de “Guinea” op stapel gezet (het schip was bijna identiek aan de “Buffel”).

De commissie adviseerde de pantserschepen te bewapenen met een ramsteven, die bedoeld was om een vijandelijk schip door middel van rammen onder de waterlijn schade toe te brengen. Het van een ramsteven voorziene schip diende goed wendbaar te zijn en werd daarom van twee scheepsschroeven voorzien.

Op 10 juni 1867 is de Buffel bij Napiers & Sons op stapel gezet en op 10 maart 1868 te water gelaten. Op 4 juli 1868 vond de technische proefvaart plaats waarbij het schip een max. snelheid van 12,82 knopen wist te halen.

Op 23 juli 1868 is het schip als ramtorenschip der tweede klasse officieel overgedragen aan de Koninklijke Nederlandse Zeemacht en onder commando gesteld van Luitenant ter zee J.A.H.Hugenholtz die het schip onder slechte weersomstandigheden van Glasgow naar Den Helder bracht , waar het op 8 augustus 1868 de marine -haven van Den Helder ( het Nieuwe Diep) binnenliep. Het schip trok veel belangstellenden, die van heinde en verre kwamen om dit wonder der techniek met eigen ogen te kunnen aanschouwen. De Buffel was  de eerste volledig op stoom voortgestuwde eenheid binnen de Nederlandse zeemacht.

De Buffel in aanbouw bij Shipyard Napiers & Sons
De Buffel in aanbouw bij Shipyard Napiers & Sons

Van 1875 tot 1880 heeft het schip in reserve gelegen (buiten dienst) in Willemsoord (Den Helder).

Reizen Buffel

Tijdens de periode tot 1896 zou de Buffel niet veel varen en zeker geen lange reizen maken. Over de eerste jaren is niet veel bekend buiten de informatie uit het scheepsjournaal. Hierin werden hoofdzakelijk de dagelijkse routine –activiteiten opgetekend door de officier-schrijver. De commandant die dagelijks moest paraferen eindigde met de opmerking “bij de ronde alles wel”, waarna de waterstanden bij de lenspompen werden opgegeven.

De schrijftafel van de Commandant aan boord van de Buffel.
De schrijftafel van de Commandant aan boord van de Buffel.

De enige oceaanreis die het schip gemaakt heeft begon in september 1868 en was weinig succesvol: het schip slingerde hevig (31˚ over SB en BB) en kreeg veel water aan dek tengevolge van een stevige bries. Met name de lekkage op de afdichting van de geschutstoren, het dek, de koekoeken en de geschutspoorten baarde grote zorgen. De officier van wacht tekende in het journaal aan: veel ‘water in de kuil, zijn aanhoudend bezig in de geschutstoren, ruimen en de kajuit water te scheppen.  Als de wind wat in kracht is af genomen blijkt de geschutstoren niet meer te kunnen draaien, omdat het draai mechanisme verroest is tengevolge van binnenkomende zeewater. Het zware slingeren werd mede veroorzaakt door een te hoog liggend zwaartepunt o.a. veroorzaakt door de geschuttoren van 150 ton. Ook beweegt de geschutstoren tijdens slingeren tussen de 8 en 20 streep (mm) heen en weer binnen de dekkraag.

Om zwaar gegroefd geschut aan boord van een schip met voordeel tegen een vijand te water te gebruiken, is het gevecht van nabij meer dan ooit noodzakelijk.
Commandant Hugenholtz:

De Buffel  maakte regelmatig oefenreizen buitengaats, waarbij nieuwe tactische aanvals- en verdedigings- manoeuvres worden ontwikkeld en beproefd. Ook werden er veel schietoefeningen gedaan met doelen op land zowel als op zee. Dat het lastig was om een bewegend doel te raken met het zware geschut op een afstand tussen de 800 en 1000 meters blijkt wel uit de op schrift gestelde conclusie van commandant Hugenholtz: Om zwaar gegroefd geschut aan boord van een schip met voordeel tegen een vijand te water te gebruiken, is het gevecht van nabij meer dan ooit noodzakelijk. Voor de Buffel zelf hadden de schietoefeningen ook behoorlijk wat gevolgen. Door het geweld van de terugslaande kanonnen denderde de toren in zijn kraag heen en weer waardoor er aan boord nogal wat kapot ging. Voor de bemanning van de geschutstoren waren de schietoefeningen geen lolletje: het lawaai van de kanonnen was oorverdovend en daarbij de hitte (50̊ C was niet ongebruikelijk). Putsen met koud zeewater moesten in de toren voor verkoeling zorgen. Wie tijdens het afschieten geen hardhouten klosje tussen zijn kiezen vastklemde, had kans op gescheurde trommelvliezen. Kruitrook in de toren zorgde, ondanks de ventilatieroosters in het dak, voor een nog onaangenamere situatie.

Het rammen met de ramboeg werd ook geoefend, maar was een betrekkelijk succes mede veroorzaakt door het ontstaan van schade aan de Buffel zelf en vooral  aan het interieur en de technische apparatuur van het schip.

Dat de ramboeg wel serieuze schade kon aanrichten bleek op 30 juli 1888 , toen de Buffel tijdens een oefening een aanvaring had met rammonitor Hyena, die snel water maakte en zonk.

De enige officiële zeereis vindt plaats in augustus 1871. De verhouding met België is sinds de afscheiding in 1830 weer enigszins genormaliseerd en met enig vlagvertoon gaat de Buffel als hoofd van een eskader op weg naar Antwerpen om de stoffelijke resten van Nederlandse soldaten, die zijn gesneuveld bij de verdediging van de citadel in 1832 en die van Van Speijk op te halen. Op 1 april 1872 is de Buffel nog aanwezig tijdens de herdenkingsfeesten van 300 jaar bevrijding van de Spanjaarden in Den Briel.

Op 27 juni 1891 wordt de Buffel weer tijdelijk in actieve dienst gesteld om het keizerlijke jacht “Hohenzollern” te begeleiden tijdens het bezoek van de Duitse keizer Wilhelm II aan ons land.

Podwalk: “Stap in de IJzeren Eeuw”

Thema: Vesting Hellevoetsluis

Via onderstaande website kun je met behulp van ingesproken informatie een interessante route lopen binnen de vesting van Hellevoetsluis. Tijdens de wandeling kun je dan bij tal van plaatsen informatie krijgen die met de geschiedenis van die plek verband houden.

Wat je nodig hebt is je eigen smartphone.
Meer informatie kun je krijgen via onderstaande website…

https://www.opvoorneputten.nl/routes/1100362083/podwalk-stap-in-de-ijzereneeuw

Boek presentatie “Nergens thuis tussen Goeree en de Oost”

Dit boek beschrijft op een indringende wijze het leven van zijn oudomm, zeeofficier Adriaan Goekoop (1871 – 1912), telg uit een Goerees herenboerengeslacht. Het boek is geschreven op basis van een groot aantal levendig geschreven brieven aan zijn familie in Goedereede over zijn belevenissen, soms vreemde, mooie verhalen maar ook vaak over de gruwelijke wereld waarin hij verzeild raakte. Behalve de vele brieven heeft Goekoop tal van foto’s nagelaten die zijn tochten vooral in Nederlands-Indië prachtig illustreren. Dit boek geeft dan ook een uniek en historisch inzicht van de koloniale geschiedenis van Indië, gezien door de ogen van een zeeofficier.

Het boek is uitgegeven door uitgeverij Verloren b.v. in Hilversum (ISBBN 978 90 8704 9461)

Museum registratie Stichting Ramtorenschip Buffel

Wij voldoen hiermee aan de 17 criteria zoals opgenomen in de museumnorm 2020. De
Museum norm is het kwaliteitskader voor geregistreerde musea in Nederland. Kwaliteit is
essentieel voor een blijvende binding van alle inwoners van ons land met museale collecties.

Met deze registratie kunnen wij het lidmaatschap van de Museumvereniging aanvragen en
gaan deelnemen aan de Museumijaar)kaart.

Het proces om de Buffel op dit hoge kwaliteitsniveau te brengen heeft veel werk en
inspanning van onze vrijwilligers gevergd en is volledig in eigen beheer volbracht.

Uit het juiste hout gesneden …

Beeldsnijden is een vorm van houtbewerking waarbij je je creativiteit kwijt kunt. ·we teren de mensen eerst en vooral hoe veilig om te gaan met de materialen, steekt Wim van wal. Met onze aanwijzingen en begeleiding bereiken we dat iedereen na vier keer deelnemen aan de workshop met een zelfgemaakte creatie naar huis gaat: Koos vertelt erbij dat je tijdens de workshop niets fout kunt doen. “Alles wat je zelf maakt is mooi en mocht je door een uitschieter iets anders creëren dan je van plan was, dan breien we daar wel een mouw aan. We hebben dat zelf ook. het werken met hout plaatst je soms voor verrassingen. Hout heeft nu eenmaal lange vezels en korte vezels.”

Wim en Koos herstellen op dit moment de ornamenten die met name aan de buitenzijde van het schip te zien zijn. ·zowel binnen als buiten zijn er niet al te veel versieringen aangebracht. De bouw van het schip vond plaats in een penode van bezuinigen. daardoor is het aantal versieringen aan boord minimaal Koos vertelt dat er veel kennis verloren dreigt te gaan als deze niet wordt overgedragen. Ook daarom vinden we het zo prettig dat er mensen deelnemen aan de workshop. We leggen veel uit en laten ook zien hoe je met hout moet omgaan. dat is echt heel leuk om te doen. Inmiddels is Will Wiegel aangeschoven. Wilt is onder meer coördinator activiteiten van de Buffet. Ze vertelt dat er in juli een expositie wordt ingericht rondom het beeldsnijden. “Naast het historische werk wordt er zo veel moois gemaakt van hout. Dat willen we een keer laten zien. In een als werkplaats ingericht gedeelte staan al diverse werken opgesteld en dat worden er nog meer:

Workshop
De eerstvolgende workshop (alleen voor volwassenen) begint op woensdagmiddag 6 april. Van 12 – 16 uur wordt er gewerkt en de inschrijfkosten 65 euro. Dat is voor 4 middagen, inclusief hout, gebruik
van het gereedschap, koffie en thee. Deelname aan de workshop houdt niet in dat je vier achtereenvolgende woensdagen aanwezig moet zijn. Een middag overslaan is geen probleem. Na vier middagen krijgt de deelnemer zijn gemaakte werk mee naar huis.

Hout
Heeft u thuis nog tropisch hout dat u niet meer nodig heeft, dan hebben de vrijwilligers van de Buffel daar belangstelling voor. “Maar schrijf er alsjeblieft bij dat de mensen niet hun oude tuinhekjes en pallets hier komen brengen. daar kunnen we niets mee.” tekent Wim hier bij aan. Wat Wim ook nog vertelt. is dat van beeldsnijden een rustgevende werking uitgaat. “Je vergeet een paar uurtjes alles wat in je hoofd speelt en dat vinden de deelnemers een fijne ervaring.”